Kernkwadranten

De vier onderdelen uitgelegd:

Dit zijn eigenschappen die je van nature hebt. Ze voelen vanzelfsprekend. Denk aan zorgvuldig, geduldig, daadkrachtig of bescheiden.

Een kwaliteit kan te ver gaan. Als je kernkwaliteit te sterk aanwezig is, kan dat nadelige effecten hebben. Geduld kan bijvoorbeeld veranderen in passiviteit.

De uitdaging is het positieve tegenovergestelde van je valkuil. Het is gedrag dat je wilt ontwikkelen om beter in balans te komen. Bij impulsiviteit hoort bijvoorbeeld de uitdaging om meer rust te nemen.

Een allergie is gedrag waar je snel op afhaakt. Vaak is het het tegenovergestelde van jouw kwaliteit. Wie geduldig is, kan allergisch zijn voor ondoordacht of gehaast gedrag.

Hoe kun je kernkwadranten gebruiken?

Kernkwadranten maken zichtbaar waarom samenwerking soms stroef loopt. Ze laten zien waar gedragingen botsen en waar juist kansen liggen. Voor persoonlijke groei werken ze net zo goed: ze geven inzicht in wie je bent, wat je laat zien én hoe je vooruit kunt.

Voorbeeld 1

Kernkwaliteit – hulpvaardig (Marleen)
Marleen staat altijd klaar voor anderen.

Valkuil – bemoeizucht
Ze schiet door als ze ongevraagd controleert of collega’s haar hulp nodig hebben.

Uitdaging – vertrouwen
Ze mag leren dat anderen zelf ook tot oplossingen komen.

Allergie – eigenwijs gedrag
Als iemand volledig zijn eigen gang gaat, kan dat haar flink irriteren.

Voorbeeld 2

Uitdaging – ordelijkheid
Je zou graag wat meer structuur hebben, zoals je collega die altijd zijn planning volgt.

Allergie – starheid
Soms gaat hij té ver en houdt hij zich zo strak aan zijn schema dat hij geen ruimte meer ziet.

Kernkwaliteit – flexibiliteit
Jij reageert juist snel op wat er tussendoor komt.

Valkuil – wispelturigheid
Daardoor neem je soms te veel hooi op je vork en verlies je overzicht, wat dan weer botst met je collega.

Zo vul je een kernkwadrant in:

Je kunt bij elk onderdeel beginnen: kwaliteit, valkuil, uitdaging of allergie. Daarna vul je de rest aan. Om je een idee te geven van mogelijke combinaties kun je de bovenstaande lijst met kernkwadranten gebruiken.

  • Kernkwaliteit: kies een eigenschap die echt bij jou hoort.

  • Valkuil: bedenk wat er gebeurt als je hierin doorschiet.

  • Uitdaging: kies gedrag dat je wilt versterken.

  • Allergie: noteer welk gedrag van anderen je irriteert.

Tips om een kernkwadrant goed in te vullen:

  1. Doe het samen
    Iemand anders ziet vaak dingen die jij mist.

  2. Het perfecte woord is niet nodig
    Kies termen die voor jou kloppen.

  3. Zie het als hulpmiddel
    Het model helpt je vooruit, het is geen label.

  4. Wees mild
    Iedereen heeft sterke punten en valkuilen.

  5. Werk met voorbeelden
    Concrete situaties maken je kwadrant duidelijker.

Wat kun je met een ingevuld kernkwadrant?

1. Werk bewust aan je valkuil
Weet wanneer je doorschiet en oefen met ander gedrag. Wie te hulpvaardig is, kan bijvoorbeeld eerst vragen of hulp gewenst is.

2. Oefen met je uitdaging
Maak het klein en concreet. Meer structuur? Begin met één overzichtelijk moment per week.

3. Herken je allergie
Zie irritatie als signaal. Vaak zegt het iets over wat je zelf lastig vindt. Ga in gesprek en zoek naar elkaars behoefte.

Hoe ontdek je je eigen kernkwadrant?

Gebruik deze vragen als je vastloopt:

Kernkwaliteit

  • Wat waarderen anderen in mij?

  • Wat voelt voor mij heel normaal?

  • Wat stimuleer ik bij anderen?

Valkuil

  • Waar wijzen anderen mij op?

  • Welk gedrag laat ik zien onder druk?

  • Wat praat ik bij mezelf goed?

Uitdaging

  • Welke kwaliteit mis ik soms?

  • Wat wensen anderen mij toe?

  • Waar heb ik bewondering voor?

Allergie

  • Welk gedrag van anderen irriteert me?

  • Wat zou ik bij mezelf afschuwelijk vinden?

  • Waar reageren anderen op dat ik me te druk maak?